nl | en | es

Verhalen


Op haar weg naar de brug gaat ze zitten op de enorme wortels van een reusachtige boom

Angela is op weg naar de brug die haar zal leiden naar het land waar ze zal weten wat haar bestemming is.
Voordat ze de brug over kan steken gaat ze zitten op de enorme wortels van een reusachtige boom. Haar hele lichaam wil in contact komen met deze onmetelijkheid.
Het voelt alsof ze een liefdesverhouding heeft met de aarde, met de boom.
Terwijl ze hier heerlijk van geniet verschijnt een majestueuze Aanwezigheid aan haar linkerzijde, die haar vraagt waar ze voor komt.
Angela antwoordt dat ze de brug over wil gaan om haar bestemming te vinden en dat ze op dit moment de vreugde voelt van haar lichaam tijdens het aanraken van de wortels van een boom en de aarde...
De aanwezigheid lijkt er niet van overtuigd te zijn dat dit het antwoord is waar ze op wacht en vraagt opnieuw: "Waarvoor ben je gekomen?"
Angela antwoordt dat ze gewend is het leven te nemen zoals het komt en dat ze de stroom vertrouwt en dat ze niet weet waarvoor ze komt, behalve dat ze haar bestemming wil vinden.
De aanwezigheid vertelt haar dat, om de brug over te steken, Angela moet weten wat ze van plan is te scheppen in haar leven.
Een zacht belletje rinkelt.
Ineens herinnert ze zich een visioen waarin haar getoond wordt waar haar leven over zal gaan.
Ze herinnert zich gezien te hebben dat ze moedig moet zijn en dat ze een oceaan van schoonheid zal creëren voor vele mensen. Dat ze zich in moet zetten om te leven volgens haar diepste instincten. Dat ze zich zal herinneren dat vrijheid besloten ligt in moedig zijn. En dat ze zich diep van binnen de vrede herinnert, wat er ook gebeurt, en een welkom voelt voor de speelsheid van het innerlijk kind.
Angela heeft geleefd onder de onderdrukking van een moeder die werd overweldigd door het leven en die passief was en vaak depressief, en Angela is vergeten dat ze actie kan ondernemen.
“Dus je wilt een leraar zijn?", vraagt de aanwezigheid. “Vertel me wat je zult onderwijzen”.
Angela antwoordt dat ze andere vrouwen wil helpen tot bloei te komen, zodat ze in overvloed kunnen leven en voorspoed vinden. Ze weet dat ze zichzelf zal moeten toestaan succesvol en bloeiend te zijn voordat ze het anderen zal kunnen leren.
In haar familie waren deze kwaliteiten gescheiden van de diepe wortels van het vrouwelijke en ze zal deze eigenschappen eerst in zichzelf moeten herenigen.
De aanwezigheid knikt met een glimlach en vraagt: "Welk lijden wil je in de wereld verminderen?" 
Door deze vraag komen alle delen van Angela bij elkaar: "Ik wil het lijden verlichten van kinderen die verlaten, onderdrukt, vergeten, hongerig zijn, en van kinderen die leven in oorlogsgebieden. Ik wil een bijdrage leveren  aan hun welzijn".
Nu raakt de majestueuze aanwezigheid echt geïnteresseerd in Angela. 
Ze vraagt: "Welke hulpmiddelen heb je bij je en wat zal je nodig hebben?"
Angela antwoordt dat ze een grote drijfveer voelt om te leven. Ze weet dat dit misschien niet genoeg zal zijn om haar doel te bereiken en dat ze meer specifiek moet zijn over wat ze nodig zal hebben. Moed alleen is misschien niet voldoende. Ze zal echt een barrière in zichzelf moeten overwinnen om haar passiviteit te doorbreken.
Angela vraagt de aanwezigheid om geduldig met haar te zijn en belooft dat zij ernaar zal streven om hier doorheen te gaan.
Ze vraagt de aanwezigheid: "Ik weet hoe ik kan voelen en horen en weten, maar het is moeilijk voor mij om te zien wat de andere kant van de sluier me wil tonen. Wilt U me helpen om te zien?"
De aanwezigheid antwoordt dat dit tijd zal vergen. "Je mag nu de brug oversteken. "
Angela wil nog niet gaan en vertelt de aanwezigheid hoe mooi ze de regenboog sjaal vindt die de aanwezigheid draagt.
De aanwezigheid vouwt een zacht gekleurde geweven omslagdoek rond haar schouders en Angela voelt de bescherming.
Ze vraagt wat de aanwezigheid wil ontvangen. Het gaat om nederigheid.
Angela geeft haar een kom, gevuld met nederigheid.
De aanwezigheid ontvangt.

Joos, 27 april 2014


Clara

Clara was een gemakkelijk kind.
Ze paste zich aan de omstandigheden aan en straalde harmonie uit.
Toen ze in de puberteit was voelde ze geen protest tegen haar ouders.
Waarschijnlijk kon ze de ruimte niet vinden om dat te doen.
Haar moeder zou het niet aangekund hebben en haar vader zat achter de krant of ging voor langere tijd op reis.
Haar moeder vond het fijn om steun te krijgen van Clara en haar oudere zus.
Het leek de enige mogelijkheid om dat dan ook maar te geven, ook al sloot Clara zich steeds meer af en trok ze zich alsmaar dieper in zichzelf terug.
Haar moeder prees Clara als ze op haar kon rekenen, maar ze haatte Clara als die haar eigen weg ging.
Als haar moeder boos was zweeg ze gedurende langere tijd.
Clara was bang voor die buien en dacht dat de kou van haar moeder door haar was veroorzaakt.
Eigenlijk groeide Clara op in een huis waar iedereen op zijn tenen moest lopen om de stemming van de moeder niet te bederven.

Nadat Clara uit huis ging vond ze meer vreugde in het leven.
Iedere situatie die haar herinnert aan de ijzige kou en het gebrek aan leven van haar moeder raakt nog steeds een muur van angst bij Clara.
Nu ze volwassen is heeft ze geleerd met die situaties om te gaan.
Ze heeft geleerd dat de koude stilte meestal niets met haar te maken heeft.

Clara is nu een oude vrouw en ze heeft veel manieren gevonden om mensen te helpen hun authentieke leven te vinden.
In feite bloeit ze op als ze een ander kan helpen.
Toch zijn er nog steeds situaties die deze oude angst oproepen.
Als Clara ziet dat ze alles heeft gegeven wat ze ter beschikking heeft en er is geen reactie van leven in de ander, dan vindt ze een manier om zichzelf op een authentieke manier terug te trekken, zonder schade aan te richten.
Ze weet dat ze dan moet afwachten, net zoals Spirit met ons heeft gedaan.
Spirit wacht tot hij/zij ons verlangen voelt om ons te herenigen.
Wij moeten eerst uitreiken en dan kunnen we de kus ervaren van het leven dat ons omhelst.

Joos, 23 augustus 2013

 

Leila

Laat me je vertellen over Leila.
Leila was een mooi meisje voordat ze trouwde.
Ze was populair bij de jongens en had plezier met hen.
Na haar huwelijk wordt ze serieuzer, meer verantwoordelijk.
Soms voelt ze zich als een sloof, omdat ze geneigd is zichzelf te vergeten.
Dat wordt erger als haar man ziek wordt.
Ze wordt moe van haar verzorgende rol en voelt zich vaak alleen en geïsoleerd van anderen.
Leila leest een boek: “Awakening Shakti, The Transformative Power of the Goddesses of Yoga”, geschreven door Sally Kempton.
Vooral het verhaal over de Godin Parvati en haar partner Shiva vindt ze heel mooi.
Shiva bevindt zich steeds in diepe meditatie in een bos in de Himalaya.
Hij is volledig onthecht van de maatschappij en van verlangens.
Toen Parvati een jong meisje was miste ze hem niet zo, maar naarmate ze ouder wordt voelt ze zich eenzaam zonder haar levensgezel Shiva.
Ze begrijpt dat ze zijn kwaliteiten van stilte, standvastigheid en devotie in zichzelf zal moeten ontwikkelen als ze met hem in relatie wil zijn.
Dus zit ze iedere dag in een bosje aan de voet van de berg op een zacht plekje met mos en straalt ze haar vrouwelijke schoonheid en gratie in de richting van Shiva, om zijn aandacht te trekken.
Op een dag is Shiva Parvati’s bekoorlijkheid gewaar en voelt hij verlangen in zich opkomen.
Shiva is boos.
Parvati begint te schreeuwen: “Wil je dan Verlangen uitbannen? Zonder Verlangen zouden de mensen zich niet meer voortplanten en zouden de generaties uitsterven”.
Shiva gaat terug in meditatie.
Parvati begrijpt dat ze de geliefde in zichzelf zal moeten ontwikkelen als ze de geliefde van de Geliefde wil zijn.
Haar vastberadenheid is groot.
Nadat ze een aantal maanden op één been in een koude bergstroom heeft gestaan begint het vuur van haar yoga tot Shiva’s wereld door te dringen.
Hij voelt Parvati’s standvastige toewijding en ziet in dat relatie iets heeft waar meditatie niet tegenop kan.
Uiteindelijk voltrekken ze hun huwelijk in pure gelukzaligheid.
Leila is onder de indruk van dit verhaal en omdat ze zich wanhopig voelt besluit ze op een koude, sneeuwwitte dag in de winter te bidden tot de Godin:
“Parvati, wilt U alstublieft mijn eenzaamheid transformeren.
Ik voel een beest in me dat me berooft van mijn energie.
Ik voel me uitgeput en eenzaam, zoals een oude vrijster die in het bos helemaal alleen reist.
Geef me alstublieft een perspectief, een licht aan het eind van de tunnel.
Dit isolement is teveel voor me.
Ik word zwakker en zwakker en voel me als een gemakkelijke prooi voor de wilde dieren in mijn geest.
Godin van vrouwelijke schoonheid, herstel mijn kracht, want ik word verslonden.
Help me om dit te overstijgen.”
De Godin antwoordt: “Laat me weten wat je diepste wens is.”
Leila weet meteen dat ze van harte wenst om zich verbonden te voelen.
Verbonden met zichzelf, verbonden met anderen.
De Godin antwoordt: “En Leila, vertel me, wat is de diepste wens van je hart?”
“De diepste wens van mijn hart is om te zijn wie ik ben en niet door omstandigheden het contact met mijzelf te verliezen.”
“Wat moet je opgeven om dat te bereiken?”
“Ik moet ophouden me te laten afleiden door wat anderen zeggen en doen.”
Daarna vergeet Leila haar gebed en opent ze de computer om haar favoriete pagina’s op het internet te bezoeken.
Eén bericht trekt haar aandacht.
Er staat: “Zegen de omstandigheden van je leven”.
Leila voelt het belang van deze uitspraak.
Haar stemming verbetert onmiddellijk en haar liefde voor Wat Is breidt zich uit.
Leila weet dat ze Parvati’s antwoord op haar gebed ontvangen heeft.

Joos, 14 maart 2013

 

Anna

Misschien weet je het niet, maar Anna was een lief, bijzonder meisje.
Ze hield ervan om zich te verstoppen in een donker hoekje op zolder, waar niemand haar kon vinden.
Het plekje rook een beetje naar oud, vochtig hout, vooral in de zomermaanden.
Anna had rijke fantasieën en als je haar verhalen had kunnen horen dan zou je haar diepe geheimen leren kennen.
Ze had haar poppen bij zich.
Er was een zwarte, met glanzende lange vlechten.
En een pop die gekleed was als verpleegster.
En één met een porseleinen hoofd. Haar neus was gebroken.
En natuurlijk was haar zachte, versleten beer altijd bij Anna.
Op een dag zei moeder dat Anna niet meer naar de zolder mocht.
Een timmerman kwam en hij sloot de toegang tot haar schuilplaats af.
Na deze gebeurtenis droomde Anna iedere nacht dat ze door monsters achterna werd gezeten en dat draken haar verslonden.
Ze wilde niet meer eten en voelde zich ellendig.
Eén nacht schreeuwde ze.
Na een paar maanden waren haar ouders wanhopig.
Ze wisten niet wat ze met Anna aan moesten en stuurden haar naar kostschool.
Anna voelde zich verloren en overweldigd door verdriet.
Ze werd een vervelend meisje dat nergens aan mee wilde doen.
In haar wanhoop bad ze iedere nacht to God: “Help me alstublieft, ik weet niet wat ik moet doen”.
Ze huilde zichzelf weken lang in slaap.
Op een nacht zag Anna een zacht licht en voelde ze een tedere aanwezigheid bij haar bed.
Het wezen vroeg haar: “Wat heb je nodig?”
Anna had geen idee.
Ze wist alleen maar wat ze niet wilde: Ze wilde niet naar kostschool, ze wilde niet weg van thuis zijn, ze wilde haar schuilplaats op zolder niet verliezen, ze wilde niet zijn waar ze was.
Zeven nachten kwam het tedere wezen bij haar bed en herhaalde dezelfde vraag: “Wat heb je nodig?”
Zes nachten lang voelde Anna zich alleen maar hopeloos bij deze vraag.
De zevende nacht werd ze wakker in de duisternis en wist waar ze behoefte aan had: “Ik wil vastgehouden worden, ik wil je dichtbij me voelen, houd me alsjeblieft in je armen”.
Het wezen antwoordde: “Ik ben er iedere nacht om dichtbij je te zijn en je in mijn armen te houden, maar je kunt me niet voelen als je zo vecht.
Misschien kan je mijn warmte, mijn aanraking, mijn omhulling gewaarworden als je ophoudt met vechten.”
Ineens vond Anna de weg terug naar de fantasieën waar ze in haar schuilplaats zo lang van genoten had.
Het wezen zei: “Ik was toen bij je, ik ben nu bij je, en ik zal altijd bij je zijn”.
Anna ging lekker in haar bedje liggen met haar beer in haar armen.
Ze voelde zich omhuld door de zachte, tedere aanwezigheid en had zoete dromen over feeën en koninginnen.

Joos, 15 februari 2013